Direct naar de top 25 Nederlandse medblogs? Directly to the top 100 English medblogs?
Getagd met:
(Nog geen beoordeling)
Loading ... Loading ...

nationale-wetenschapsquiz-leon-en-denvis.jpgBinnenkort is de nationale wetenschapsquiz weer op televisie. In het begin van het jaar heb ik een analyse gemaakt van de wetenschapsquiz van 2006. Het artikel Wat is de invloed van de nationale wetenschapsquiz 2006 op het beeld van het publiek over wetenschap? (pdf) heb ik ook naar de VPRO gestuurd. Ik ben benieuwd of ze er iets mee gedaan hebben. Hieronder zal ik de belangrijkste punten uit het artikel weergeven.

Waar ik met name benieuwd naar ben is of er meer vragen over levenswetenschappen gesteld worden. Uit mijn analyse bleek namelijk dat veertien van de twintig vragen over natuur-, wis- en scheikunde gingen. Drie vragen behandelden levenswetenschappen. Twee vragen gingen over techniek en slechts één vraag behandelde een historisch onderwerp. Op internet is de volgende kritiek te lezen.

Ik vind dit geen nationale wetenschapsquiz. Meer een nationale natuurkundequiz.22

Ik onderschrijf deze kritiek. Het lijkt erop alsof de makers het Engelse woord science in hun achterhoofd hebben als ze de vragen samenstellen. Science betekent namelijk natuurwetenschappen. Deze gerichte aandacht voor de natuurwetenschappen doet geen recht aan de behoefte aan kennis van het publiek over wetenschap. Tegenwoordig lijkt het publiek met name behoefte aan informatie over levenswetenschappen en biomedische wetenschappen. Ook ontstaat er aan universiteiten en hogescholen steeds meer opleidingen die zich richten op deze vakgebieden. De makers van de wetenschapsquiz lijken deze ontwikkeling niet te volgen. Dat is een gemiste kans om het publiek te betrekken bij wetenschap.

Conclusie van het artikel
In het artikel Wat is de invloed van de nationale wetenschapsquiz 2006 op het beeld van het publiek over wetenschap? (pdf) heb ik een analyse gemaakt van de wetenschapsquiz 2006. Hierbij heb ik een onderscheid gemaakt tussen de vragenlijst en de uitzending op televisie. Voor de analyse van de vragenlijst heb ik gebruikt gemaakt van het rapport Doelgericht communiceren over wetenschap en techniek 77. Uit de analyse blijkt dat het daadwerkelijk een wetenschapsquiz is. De meeste vragen hebben betrekking op de wetenschap. Meer mannen (75%) dan vrouwen (25%) hebben de vragenlijst ingestuurd. De meeste respondenten zijn te vinden in de leeftijd tussen twintig en dertig jaar. Daarnaast heb ik het idee dat de meeste respondenten middelbaar en hoogopgeleid zijn.

Het beeld van de wetenschap dat tijdens de uitzending naar voren komt is het beeld van wetenschap als zekerheid. Echter, de deelnemende wetenschappers komen onzeker over. Daarnaast wordt de wetenschap gepresenteerd als gevaarlijk en
excentriek. Door de presentatie in handen te geven van personen die niet of nauwelijks bekend zijn met wetenschap beschadigt de nationale wetenschapsquiz het imago van de wetenschap.

De opzet van het programma, gepresenteerd vanuit een televisiestudio onder leiding van een presentator, sluit het beste aan bij de begunstigde kijker. De begunstigde kijker accepteert zowel de rechtmatigheid van de televisie als bron van kennis als het instituut televisie. Een presentator is volledig geaccepteerd, zelfs als de uitvoering door de presentator bekritiseerd kan worden.

Het combineren van de analyse van de vragenlijst en het televisieprogramma lijkt tot een tegenstrijdigheid te leiden. De personen die de vragenlijst opsturen lijken middelbaar en hoogopgeleid te zijn. Zij vallen niet in de doelgroep van de begunstigde kijker. Het is echter zo dat er veel meer mensen naar het programma kijken dan dat er deelnemen aan de quiz. Voor deze kijkers zou kunnen gelden dat zij informatie over wetenschap vooral in het kader van het entertainment zien, maar dit heeft zeker invloed op het beeld van de wetenschap.78 Door het publiceren van de vragenlijst en het televisieprogramma lijken de makers van de wetenschapsquiz op twee paarden te wedden.

De makers van de wetenschapsquiz maken gebruik van “oude” methoden om het publieke draagvlak voor de wetenschap te vergroten. Het publiek krijgt te horen wat wetenschappers weten. Miller laat zien, dat het gebruik van deze “oude” top-down- methode, ook wel het deficit model genoemd, niet leidt tot een verhoging van dewetenschappelijke geletterdheid bij het publiek in Groot-Britannië. Het deficit model maakt gebruik van wetenschappelijke feiten en methoden. Het percentage van de bevolking dat wetenschappelijk geletterd is schommelt daar al sinds 1950 rond tien procent, ondanks de inspanningen van het committee voor publiek begrip vanwetenschap (CoPUS). Wel blijft het publiek een enorme interesse houden in wetenschap.79

Zowel Miller als Shapin stellen een nieuwe manier voor om wetenschap aan de man te brengen. Deze manier is het concept van science-in-the-making. Shapin laat zien dat het hierbij niet alleen van belang is wat de wetenschappers weten, maar ook hoe de wetenschappers tot die kennis komen. Hoe zeker zijn wetenschappers van hun kennis? Welke basis gebruiken wetenschappers om tot kennis te komen? Welke rol speelt vertrouwen hierbij? Hoe gaan wetenschappers om et de flexibiliteit van wetenschappelijk bewijs? Het begrijpen van wetenschap is van belang omdat wetenschappers in democratische maatschappijen afhankelijk zijn van de keuzen van het publiek.80 De wetenschapsquiz laat niets van science-in-the-making zien. Wetenschappelijke feiten worden gepresenteerd zonder deze feiten in twijfel te rekken. De processen hoe deze kennis tot stand is gekomen laat de wetenschapsquiz iet zien. Hierdoor wordt de nieuwsgierigheid van mensen zonder enige wetenschappelijke kennis nauwelijks geprikkeld. Juist die processen leveren volgens Miller, Shapin en Collins essentiële informatie om het publieke draagvlak voor wetenschap te vergroten.

Helaas heb ik geen volledig antwoord kunnen geven op de vraag uit de titel van dit artikel: “Wat is de invloed van de nationale wetenschapsquiz 2006 op het beeld van het publiek over wetenschap?”. Hier is te weinig informatie van het publiek zelf voor beschikbaar. Wel heb ik aan de hand van literatuur laten zien dat de weg die de makers van de wetenschapsquiz bewandelen zeer waarschijnlijk niet leidt tot een vergroting van het publieke draagvlak van de wetenschap. Daarentegen is de wetenschapsquiz vanuit de overwegingen van televisiemaker een succes. De kijkcijfers zijn goed. Aan de makers de lastige overweging om òf het doel van de quiz bij te stellen òf de aanpak van de quiz te veranderen.

22 http://forum.clubcharts.nl/topic.php?id=45721&page=2&limit=20, 15 januari 2007
77 Stichting WeTen, Doelgericht communiceren
78 Becker, Het beeld van de Wetenschap, 24-25
79 Miller, Public Understanding of science at the crossroads, 115-119
80 Shapin, Science-in-the-making, 27-29


Stem op dit artikel of voeg het toe aan: Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je favorieten op Technorati Voeg toe aan je Google bladwijzers Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner

Plaats een reactie

XHTML: You can use these tags: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Copyright 2008 MedBlog -- Sommige rechten voorbehouden